'Dat is toch niet het echte leven'.
Het is een opmerking waartegen ik me vaak weerloos voel.
Het gaat hier over lezen, meer bepaald literatuur lezen (let wel, als het gaat om een roman gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, kan dat lezen soms nog met goedkeuring gaan lopen).
De weerloosheid komt voort uit de omstandigheid dat de mensen die dat voor je voeten werpen eigenlijk geen antwoord verwachten. Het gaat meer om het neersabelen, met zo'n vloeiende en definitieve beweging als waarmee Zorro dat kan: voila, dit hebben we ook weer uit de weg geruimd.
Escapisme, de term van wie het wat gesofisticeerder wil zeggen. Je loopt weg van het echte leven, want je duikt onder in een ... ja wat, een onecht leven dus.
In Knack extra las ik verleden week een gesprek met Christophe Vekeman en Yves Petry (*). Als uitgangspunt stelde de interviewer, Tom Van Imschoot, dat het maatschappelijk aanzien van literatuur sterk gedaald is. Dat verklaart volgens hem waarom de roep naar maatschappelijke betrokkenheid in de literatuur groter wordt. Of dat voor hen een optie was?
Ik haal dit interview aan omdat het een beetje in dezelfde richting zit, nl. literatuur kan enkel nog legitiem zijn als ze nuttig wordt, en dat kan ze door bv. maatschappelijke problemen te behandelen.
Beide schrijvers zeggen hierover heel zinnige dingen. Ik meen het, lang geleden dat ik in een populair blad nog zo'n goed literair interview heb gelezen.
Of het voor hen een optie was? Nee, vindt Vekeman, hij heeft het niet zo voor dat rechtstreekse verband. Wel voor het indirecte: 'Want net in dat indirecte schuilt de kracht van kunst en literatuur, zowel bij het schrijven als bij het lezen. Het is een nobele vorm van escapisme. Het laat je toe om buiten het alledaagse leven te stappen op een manier die, als het goed is, toch weer verbanden legt met je eigen, hoogstpersoonlijke realiteit. Door de vlucht uit de werkelijkheid leer je ze beter kennen. Door uit jezelf te treden kom je jezelf tegen. In die zin gaat het er mij als schrijver om juist naast de maatschappij te gaan staan. Ik ben geïnteresseerd in de realiteit van het leven en daarvoor heb ik het indirecte van fictie nodig.'
Wel, ik als lezer kan het niet beter of mooier zeggen.
Het kan wel nog ánders gezegd worden, het wordt trouwens door schrijvers constant opnieuw geformuleerd. Maar dat is voor een andere keer.
(*) Christophe Vekeman en Yves Petry. Halt, hier zijn te zien: de laatste individuen!, interview door Tom Van Imschoot, in Knack extra, jrg. 2009, nr. 09, p. 17-19
Geen opmerkingen:
Een reactie posten