zaterdag 17 oktober 2009

Abdelkader Benali

Donderdag werd in De paarse zetel in de bibliotheek van Gent Abdelkader Benali geïnterviewd.
Genoemde is een heel mooie man. Dat maakt het drie kwartier stilzitten en luisteren over de middag er voor een deel van het publiek in ieder geval niet lastiger op. Hij heeft ook een mooie stem. Blijkt dan dat hij aan hardlopen doet. Fijn, dan deel ik met hem de liefde voor het lopen. In dit verband maakte hij trouwens een interessante vergelijking.

Hij vergeleek hardlopen met schrijven. Ze zijn wat de tijdsbeleving betreft elkaars opponenten, vindt hij. Als je voor een scherm, of voor een wit blad zit om te schrijven, vliegt de tijd, is zijn ervaring. Maar als je loopt, gaat de tijd kruipen. Hoe harder je loopt, hoe trager de seconden voorbijtikken. Schrijven en hardlopen vullen voor hem elkaar dus heel goed aan.

Abdelkader Benali was blijkbaar op toer geweest om het met mensen over de leeservaringen in hun jeugd te hebben  (*). Mensen weten zich de omstandigheden waarin ze als kind een bepaald boek lazen, maar vooral ook de gevoelens die ze bij het lezen van dat boek hadden, ontzettend goed te herinneren.
Klopt, ik denk aan 'De verdwenen postzegel'. Of aan 'Een vreemdeling klopte aan (**). Of aan 'Scharmanteka'. Of aan ... .

(*) De Nederlandse kinderliteratuur in 100 en enige verhalen samengesteld door Abdelkader Benali, Prometheus, 2009

--------------------------

Vrijdag las ik op de trein de laatste bladzijden van 'Leven en werk van Marcel Van Acker' van Patrick Conrad. Misschien schrijf ik daar volgende week iets over.
Ik ben nog geen ander boek begonnen. Maar ik geniet al bij voorbaat van dat ander boek, van het erin duiken en me laten meeslepen. Van het ontzettend veel aan de weet te komen. Van de taal, de beelden... . Ben benieuwd wat het wordt.

dinsdag 6 oktober 2009

Never let me go

Anderhalf jaar geleden las ik 'Never let me go' van Kazuo Ishiguro.
Sedertdien is het boek mij met taaie tentakels naar zich toe blijven trekken.

Nu ja, dat een boek blijft nazinderen, is dat niet wat u en ik van een 'goed' boek verwachten?
Maar dit was anders, want ik kon maar niet de vinger leggen op wat het nu precies was in 'Never let me go' dat me niet los liet, of beter gezegd misschien, op hoe de auteur dit effect bereikte.

Het gegeven : in een soort gesloten kostschoolgemeenschap worden menselijke klonen grootgebracht en opgeleid tot wat hun uiteindelijke taak is : het afstaan van hun organen tot ze er erbij sterven. Hailsham, zo heet de instelling, is een experiment, een try-out waar geprobeerd wordt om menselijke klonen een menswaardig leven te laten leiden. Het is een groot voorrecht om deel uit te maken van Hailsham, want meestal wordt in klonen niet teveel geïnvesteerd : als ze maar gezonde organen leveren op het moment dat die nodig zijn.

Het gegeven op zich is al zo tragisch dat ik het boek toen ik het de eerste keer in handen kreeg maar gauw teruglegde. Ik heb het niet zo voor boeken met een boodschap.
En zeker niet als die zo beladen is.

Een tweede keer zette ik alles in op het schrijftalent van Mister Ishiguro, en terecht.

Het verhaal wordt verteld door Kathy H., die terugblikt op haar leven op het moment dat voor haar de tijd gekomen is om donor te worden. In haar verhaal komt ze naar voor als een intelligente, evenwichtige en trouwe jonge vrouw. Geen gejammer, geen zelfbeklag, geen opstandigheid, bij geen van haar lotgenoten trouwens. Kathy H. focust zich in haar terugblik vooral op het opvoedkundig aspect van hun kloon-zijn : hoe en wanneer zijn wij ingelicht over ons anders-zijn, ons voorbestemd zijn. Hoe heeft de instelling Hailsham dat aangepakt, en hoe werkte dat bij ons. Daarnaast is haar verhaal ook voor een stuk dat van een kind dat opgroeit met alles wat daarbij komt te kijken, vriendschappen vooral, ruzies, pesten, de houding van de leerkrachten, seks etc. Door haar meeslepende verteltrant vergeet je soms dat ze het over een klonengemeenschap heeft, en niet over een of andere willekeurige kostschool.

Toch legt ze nu en dan een ijskoude hand om je hart.
Het procédé dat de auteur hiervoor gebruikt is heel vernuftig.

Twee scènes om dit te illustreren:

Eerste scène: de kinderen zien Madame arriveren in haar wagen en spreken af om haar in groep te benaderen, om haar reactie te bestuderen. 'And I can still see it now, the shudder she seemed to be suppressing, the real dread that one of us would accidentally brush against her'. De bedenking die Kathy later bij zichzelf hierover maakt: 'The first time you glimpse yourself through the eyes of a person like that, it's a cold moment'.

Tweede scene: Kathy is alleen in een klaslokaal, en ze speelt een cassetje met haar favoriete song. Ze zingt mee in haar eentje, met een kussen in haar armen: baby, baby, never let me go. Na een tijdje merkt ze dat iemand naar haar kijkt, Madame, en dat die staat te wenen.
Wanneer ze het daarna over het gebeuren heeft met een vriend, Tommy, delen ze met elkaar hun verwondering over het feit dat Madame blijkbaar begrepen had dat ze het had over een echte baby, en niet over een liefje. 'Hoe kan zij dat begrepen hebben, Tommy, hoe kan ze begrepen hebben dat het kussen dat ik in mijn armen hield een baby moest voorstellen? Dat bestond toch alleen in mijn hoofd'. En ze besluiten dat Madame hoogstwaarschijnlijk helderziende is, iets wat hen doet huiveren.

Hierin zit het em, denk ik : de vertelster schuift af en toe, geheel onverwacht, een lens tussen haar blik en de buitenwereld. Met die lens probeert zij zich de blik van de buitenstaanders in hun gemeenschap eigen te maken.
En dat werkt, in het kwadraat. Want die buitenstaanders, dat zijn wij. Wij, lezers, niet-klonen, mensen uit de buitenwereld, krijgen via 'Madame' onze eigen gevoelens in de strot geduwd. Alsof ze door een lens weerkaatst, en tienvoudig versterkt worden.

Dat maakt bepaalde scènes in het verhaal voor mij zo verschrikkelijk aangrijpend.

Dat, en dat niet alleen. Later hierover meer.

zondag 23 augustus 2009

Over een postzegel die verdween en een boek dat bleef

"Kijk jij nog eens, zei Marika tegen Sara. Kijk jij nog eens heel goed. Wij hebben ons vast vergist, want het kan niet waar zijn.
Nee, kijk zelf, zei Sara tegen Marika. Ze fluisterde van opwinding.
Met zijn tweetjes zaten ze aan de keukentafel."
Toen ik het boekje met deze beginregels (*) een tiental jaren geleden bij de boekenverkoop van een bibliotheek opensloeg, zat ik er op slag weer in, in dit verhaal van een postzegel die een tijdje het wel en wee van een gezin in Denemarken bepaalt.
Hoe het precies afloopt, herinnerde ik me niet meer, maar ik voelde weer haarscherp de spanning en de bevreemding waarmee ik als kind dit boek las. Details ook : de koekoekjes die Sara maakt om wat bij te verdienen, Uffe, die een brief wil sturen naar zijn moeder die in de kraamkliniek ligt. Het was er allemaal, in minder dan een seconde, alsof er niet zoveel jaren tussenstonden.

Ik geloof niet dat je als volwassene nog die absolute verzonkenheid in een boek kunt bereiken die bij een lezend kind als vanzelf komt. Wat niet betekent dat er voor volwassenen geen plaats meer zou zijn voor grote leeservaringen. Die is er natuurlijk wel. Veel grote leeservaringen, want de wereldliteratuur is een pot die genoeg verschaft. Al kun je je ook daar bij tijd en wijle zorgen over maken, getuige F. Lentrichea in Testament van een ex-literatuurcriticus : "Ik beken dat ik nooit genoeg heb kunnen krijgen van échte literatuur. Ik pieker er doorlopend over dat mijn reservevoorraad op zal raken, en dat ik de laatste jaren van mijn leven in somberheid door zal moeten brengen nadat ik alle grote, ontsluierende boeken verslonden heb".
Wel, af en toe deel ik deze bezorgdheid met hem. Bij mij zit bijkomend de vrees voor fysieke kwalen hierachter. Als ik oud ben en tijd genoeg heb, zullen mijn ogen het nog doen? Zal ik nog naar de bibliotheek kunnen gaan? En zal het aanbod daar wel groot genoeg zijn? Of als het allemaal digitaal zou zijn, zal ik dan de vaardigheden om aan de teksten te geraken nog beheersen?
Luxeproblemen? In het geheel niet, leven zonder boeken is voor mij als leven zonder brood.
En voor u?

(*) De verdwenen postzegel, Viola Wahlstedt, Meulenhoff A'dam, 1962

zondag 16 augustus 2009

Beeldspraak

In 'Brief aan zijn vader' analyseert Franz Kafka zijn zeer complexe verhouding tot zijn vader.
Hij gebruikt hierin twee van de mooiste metaforen die ik ooit gehoord of gelezen heb.
Een zeer problematische vader-zoon-relatie in beelden gevat:

Over zijn schrijven:
'U trof zekerder doel met uw afkeer van mijn schrijven en van alles wat, aan u onbekend, daarmee samenhing. Hier had ik mij inderdaad zelfstandig een stuk van u verwijderd, hoewel het ook enigszins aan de worm doet denken, die, van achteren door een voet verpletterd, zich met zijn voorste deel losrukt en zich weg sleept.'

Over zijn beide huwelijksplannen, waarbij het telkens bij plannen bleef, :
'Soms stel ik mij de wereldkaart vlak uitgespreid voor en u er dwars overheen uitgestrekt. En dan krijg ik het gevoel alsof voor mijn leven alleen die streken in aanmerking zouden komen die u óf niet bedekt óf die buiten uw bereik liggen. En dat zijn in overeenstemming met de voorstelling die ik van uw grootte heb niet veel en geen aanlokkelijke streken en juist het huwelijk is er niet bij.'

Lezers, lees dit boek.
In de uitgave van Querido van 1983 slechts 55 kleine bladzijden.
Een kleinood dus.

maandag 10 augustus 2009

Bibliotheken en bibliothecari/e/ssen in de literatuur

In afwachting van een bericht over 'Never let me go' van Kazuo Ishiguro, krijgt u van mij een citaat in wat in het vervolg een rubriek zal vormen met de titel 'Bibliotheken en bibliothecari/e/ssen in de literatuur.

p. 233 in 'Het spel van de engel' van Carloz Ruiz Zafón, uitg. Signatuur, 2009 :

'Na twee dagen had ik al vriendschap gesloten met Eulalia, de hoofdbibliothecaresse, die uit de papiervloed onder haar hoede teksten en boeken voor me selecteerde en soms een bezoekje bracht aan mijn tafel in de hoek om te vragen of ik verder nog iets nodig had. Ze was ongeveer van mijn leeftijd en bezat esprit in overvloed, die ze gewoonlijk uitte in enigszins venijnige stekeligheden.
'U bent veel heiligenlevens aan het lezen, mijnheer. Heeft u besloten om nu, op de drempel van de rijpste volwassenheid, koorknaap te worden?'
'Het is slechts onderzoek.'
'Ah, dat zeggen ze allemaal.'
De humor en pit van de bibliothecaresse waren een onbetaalbaar balsem, waardoor ik de gortdroge teksten kon overleven en mijn onderzoekspelgrimage kon voortzetten.'

Kijk, dat doet ons, bibliothecaressen, nu plezier, dat we voor de verandering eens niet geportretteerd worden als verzuurde oude vrijsters, maar als vrouwen met 'esprit'. En wie meent hier bij Zafón het gebruik van ironie te moeten ontwaren, die leze verder op p. 234.
Dit is een stap vooruit ten opzichte van de waardering waarmee onze beroepsgroep, en zeker de vrouwelijke beoefenaars van dit beroep, het door de band moet stellen.

woensdag 5 augustus 2009

Boeken met lintjes

Boeken met een zacht zijden lintje om de pagina aan te geven waar je gebleven bent, ik hou er zo van.
Vaak gebruik ik een stukje papier om tussen de bladzijden te stoppen. Nee, geen bladwijzers, hoewel ik dat soms probeer. Maar keer op keer stop ik die bladwijzer dan zorgvuldig weg ergens achteraan in het boek, en denk ik er niet meer aan als ik het dichtklap. En binnen de kortste tijd nestelt er zich dan een vodje papier in het boek, ter vervanging. Zeldzaam echter zijn de vodjes die met mij het einde van een boek bereiken. Ze raken zoek, of ze zijn zo onooglijk dat ik vergeet waarvoor ze dienen.
Bladwijzers vind ik prachtig, en ik neem er overal mee waar ik kan. Maar ze zijn te mooi om te gebruiken. Probeer maar eens een bladwijzer ongehavend door een boek te leiden. Soms ook doe ik een beroep op mijn geheugen en probeer ik te onthouden waar ik gekomen ben. Maar een automatische, afwezige blik op de pagina-aanduiding voor je een boek dichtslaat is niet de goede manier.
Lintjes dus, van die zijdezachte, rode lintjes. Ze doen precies waarvoor ze dienen, ze raken niet zoek, en ze zijn zo zacht en glad.
Ik reken uit dat het lintje in 'Het spel van de engel' van Carloz Ruiz Zafon mij tientallen minuten van terugzoeken zal hebben uitgespaard als ik het uitheb. Een kostbaar lintje dus.